3-30-300-regel

De 3-30-300 regel is een wetenschappelijk onderbouwde richtlijn die ons helpt om onze woon-, werk- en leeromgevingen gezonder, groener en aantrekkelijker te maken. Het is gebaseerd op uitgebreid onderzoek naar de voordelen van groen en combineert drie cruciale pijlers voor een leefomgeving waarin mensen kunnen floreren. Door zichtbaarheid, toegankelijkheid en voldoende groen te waarborgen, biedt deze regel een praktische aanpak om de kwaliteit van leven in steden en dorpen te verbeteren.

3 bomen

Vanuit elk huis, kantoor of schoolgebouw moet je minstens drie grote bomen zien. Dit zicht op groen verlaagt stress, verbetert concentratie en draagt bij aan je mentale welzijn.

30% boomkroon-bedekking

In elke buurt is minimaal 30% van het grondoppervlak bedekt met boomkronen. Dit zorgt voor verkoeling, schonere lucht en een gezondere leefomgeving.

300 meter naar groen

Iedereen moet binnen 300 meter wandelafstand toegang hebben tot een hoogwaardig openbaar groen, zoals een park of bos van minimaal 0,5 hectare. Goed om de natuur te beleven, actief te blijven en sociaal contact te hebben.

Waarom is de 3-30-300 regel belangrijk?

Groen is niet alleen mooi om naar te kijken; het heeft een bewezen positief effect op onze fysieke en mentale gezondheid. We noemen vier positieve effecten van groen:

  • Stressreductie: Het zien van bomen en groen verlaagt stress en bevordert een betere nachtrust.
  • Gezondheid: Wonen in een groene omgeving vermindert het risico op hart- en vaatziekten en verhoogt de levensverwachting.
  • Klimaataanpassing: Bomen helpen steden af te koelen, verminderen hitte-eilanden en dragen bij aan betere luchtkwaliteit.
  • Sociale voordelen: Groen nodigt uit om buiten te zijn en stimuleert ontmoetingen tussen buren.
Naar top