Abdij van Floreffe

Het eigenlijke fundament voor het latere Pelt werd gelegd in de Frankische Tijd. Het christendom werd er verspreid door de Heilige Willibrordus, een Ierse monnik. In de documenten over Willibrordus wordt melding gemaakt van de nederzettingen Levetlaus (Lindel) en Haeselaus ('t Hasselt). De eerste bidplaats in onze gewesten, de Sint-Kwintenskapel van het Lindel, werd waarschijnlijk door Willibrordus gesticht, samen met de kapellen van het Hoksent (Eksel) en het Herent (Neerpelt).

In de twaalfde eeuw kwam het patronaat van de Sint-Martinuskerk - die toen al geruime tijd bestond - in handen van de Norbertijnenabdij van Floreffe. Deze Waalse Abdij verwierf de Dommelmolens en andere eigendommen, waaronder de Grote Hof, de Kleine Hof en de Panhof. Ruim zes eeuwen lang hebben de Witheren van Floreffe de geestelijke belangen van de parochie behartigd. Na de Franse Revolutie werd deze taak waargenomen door het bisdom Luik en sinds 1967 door het bisdom Hasselt.