bodembedekking in Pelt

Waar is er nog plaats om de 3-30-300-norm na te streven?

Om te beginnen: het mankeert Pelt niet aan open, groene ruimte. Volgens de cijfers van de bodembedekking bestaat 83 % van de oppervlakte van de gemeente uit gras (33 %), bomen ( 32 %), akkers (17 %) en water (1 %). De overige 17 % is afgedekt. 13 % van de oppervlakte van Pelt is woongebied. Zie figuur.

Als we spreken over de toepassing van de 3-30-300-regel, dan gaat het in het bijzonder om het woongebied.

Dit woongebied bestaat in Pelt voor 1/3 uit gebouwen, 1/4 uit onbebouwde openbare ruimte en bijna de helft (42 %) uit onbebouwde private ruimte.

Het is in Pelt wel oké met de ‘3’ en de ‘300’ uit de 3-30-300-regel. Daar scoren we respectievelijk iets meer dan 90 % en iets meer dan 80 %.

De uitdaging zit in het resultaat van de 30-regel: bij slechts 10 % van de gebouwen in Pelt is er een boomkruinbedekking van 30 % in de nabije omgeving.

Hoe kunnen we dat resultaat opdrijven?

We nemen er de cijfers terug bij.

In woongebied is slechts 25 % van de oppervlakte onbebouwde openbare ruimte. Het grootste gedeelte daarvan bestaat uit gemeentewegen, met bovendien buizen en leidingen in de grond. Heel veel ruimte is daar niet om het resultaat van de 30-regel aanzienlijk op te schroeven. 

42 % van de onbebouwde ruimte in woongebied is private ruimte. Daar ligt in principe dus meer ruimte om de cijfers op te voeren.

Conclusie:  de gemeente als bezitter van de openbare ruimte en de bezitters van private open ruimte zullen de handen in elkaar moeten slaan om het resultaat van de 30-regel te verbeteren.

Cijfers:

Riviercontract De Dommel

Provincies.incijfers.be

Ook interessant voor jou

Naar top