Teuten

De sociaal-economische ontwikkeling van de dorpen in de Noorderkempen kende een eerder parallel verloop. Overpelt en Neerpelt waren steeds een open Kempisch landbouwdorp dat bijna volledig door uitgestrekte gemene heidegronden waren omgeven. Het armzalige bestaan in deze Kempische streek betekende wellicht ook de opkomst van de Teuten. Dit waren handelaars uit de Kempen die vanaf de 17de eeuw naar Nederland, Duitsland en nog verder trokken om hun goederen, voornamelijk textiel en koper, te verkopen. De teuterij bracht geleidelijk aan meer welstand. Dit manifesteerde zich duidelijk in de 19de eeuw toen de stenen teutenhuizen werden gebouwd.