Groei van industrie en diensten

Midden 19de eeuw werd de Noorderkempen ontsloten uit haar isolement door de aanleg van het Kempisch kanaal (1846) en de bouw van de spoorlijnen Hasselt-Eindhoven (1866) en Antwerpen-Mol-Mönchen-Gladbach (1879) met een station op het kruispunt in Neerpelt. De eigenlijke industrialisatie begon met de vestiging van de metaalfabriek van Schulte en Cie (1888). Deze industrialisatie veroorzaakte een enorme demografische uitbreiding vanaf 1890.

In 1910 werd in Neerpelt het St.-Hubertuscollege gesticht, het eerste katholieke college met volledig Nederlandstalig programma. Neerpelt dorp groeide stilaan uit tot een klein regionaal verzorgingscentrum: administratie, dienstverlening, scholen, handelscentrum, provinciaal centrum voor sport en cultuur, enzovoort.

De industriële werkgelegenheid was zeer beperkt. In 1961 richtten Overpelt en Neerpelt samen met de naburige gemeenten Lommel, Kleine Brogel, Kaulille, Eksel de intercommunale Nolimpark op met een industrieterrein van 250 ha. Inmiddels is het Nolimpark 400 ha groot. Alle bedrijven samen verschaffen in Overpelt 6500 jobs.

Overpelt werd gaandeweg, naast industriegemeente, ook een belangrijke gemeente in de zogenaamde zachte sector met drie middelbare scholen en een aantal grote verzorgingsinstellingen. Het regionale Mariaziekenhuis dat in 2005 geopend werd, biedt inmiddels werk aan aan ruim 1000 mensen.